Voorbeelden van het gebruik van Je doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat ga je doen met het geld?
Wat kom je doen?- Hou je mond.
Dat moet je doen zweten hebben.
Wat wou je doen?
Wat ga je doen, opa?
Wat kom je doen, Gareth?
Je doen bloeden?
Wat ga je doen als ik kan?- Ja?
Wat moet je doen?
Wat heeft je doen kiezen hem nu te onderzoeken?
Wat ging je doen nadat je van het booreiland moest?
Ja. Wat ga je doen met hem?
Wat wil je doen om je broer terug te zien?
Ik ga je doen klaarkomen.
Ja. Wat ga je doen als ik kan?
Wat kom je doen, lieverd?
Wat moest je doen?
Wat ga je doen, Brian?
Ze hebben je doen vertrekken.
Wat wou je doen, ouwe zak?