Voorbeelden van het gebruik van Je doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kan ik iets voor je doen, zoon? Oké.
Wat wil je doen, John?
Maar wat wil je doen, Jerome?
Wat ga je doen?
Wat ga je doen, Stan?
Ik zal het werk voor je doen.
Wat wil je doen?
Wat kom je doen? Wat is er?
Kun je alsjeblieft doen wat je moeder vraagt?
Kan ik iets voor je doen, sheriff? Ga!
Wat zou je doen als ik overleed?
Wat wilde je doen, Chloe?
Wat zou je doen als zij het geweest was? Echt?
Nee, wat ga je doen?
Laat je lichaam het werk voor je doen!
Wat wil je doen?
Wat ga je doen met je ring en een rekening?
Kan je tenminste doen alsof je haar niet haat?
Wat moet je doen om hem te kunnen verslaan?
Kan ik iets voor je doen inspecteur? Pardon?