Voorbeelden van het gebruik van Je van plan in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Waneer was je van plan me dit te vertellen?
Was je van plan om te gaan zwemmen?
Wat ben je van plan met dat pistool?
Of wat je van plan bent te doen?
Wat ben je van plan, Jane?
Henry? Ben je van plan hem te doden?
Wat ben je van plan, Cleophas?
Wat ben je van plan met Anne Neville?
Wat was je van plan te doen voor geld?
Wat was je van plan met 200.000?
Vader vertelde me dat je van plan bent te blijven.
Wat was je van plan?
En wanneer was je van plan dit aan mij te vertellen?
Wat ben je van plan met Charlotte?
Ben je van plan te vertrekken met je kapitein?
Wat ben je van plan, vrouw?
Wanneer was je van plan ons dat te vertellen?
Wat ben je van plan?
Wat precies ben je van plan met Jenny?
Wat ben je van plan, Reyes?