Voorbeelden van het gebruik van Je van plan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wil vragen of je van plan bent langer te blijven?- Goed.
Ben je van plan vandaag nog te werken?
Wat ben je van plan, Tristan?
Wat? Wat ben je van plan, Bambi?
Ik weet wat je van plan bent.
Wat ben je van plan, Cleophas?
Ik weet wat je van plan bent en dat laat ik niet opnieuw gebeuren.
Wat ben je van plan, oude vrouw?
Wat ben je van plan, Travis?
Ben je van plan iemand neer te halen over een oude energierekening?
Was je van plan me te bellen?
Als je van plan bent de wereld te verlaten,
Wat ben je van plan?
Ik weet wat je van plan bent en het werkt.
Wat ben je van plan?
Als ik het goed begrijp… ben je van plan… je vakantie hier door te brengen.
Was je van plan Zachary te straffen?
Wat ben je van plan, Dennis?
Wat ben je van plan?
En… waar ben je van plan om te gaan wonen?