Voorbeelden van het gebruik van Je van plan in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wat ben je van plan voor het weekend?
Wat ben je van plan?
Ik weet niet wat je van plan bent maar het eindigt nu.
Wat ben je van plan, Tommy?
Wat je van plan bent met Andy.
Wat ben je van plan?
Wat ben je van plan, Rowan?
Wat ben je van plan met m'n dochter?
Wat precies ben je van plan met Jenny?
Want ik weet wat je van plan bent.
Wat ben je van plan met mijn zus?
Denk niet dat ik niet weet wat je van plan bent. Wat?
Dat je me niet vertelt wat je van plan bent.
Ik vroeg me af wat je van plan bent.
Erg gul, maar wat ben je van plan?
We willen weten wat je van plan bent.
Ik wil gewoon weten wat je van plan bent.
Waarom leid je Grix op, als je van plan was hem te vermoorden?
Dat betekent dat je van plan bent om modder naar ons hoofd te gooien.