Voorbeelden van het gebruik van Je zin in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Heb je zin in een spel? Behalve schaak.
Heb je zin in een toetje?
Heb je zin om in Bordeaux te wonen?
Ik weet dat je zin heb om lol te gaan maken.
Deze keer krijg je je zin niet.
Heb je zin in morgenavond?
Ik was je zin aan het afmaken.
Als je zin hebt om op te duiken.
Andrew, heb je zin in een toetje?
Heb je zin in een wandeling? Adam?
Heb je zin in sushi?
Heb je zin om te kletsen? Dianne?
Simpson, jij je zin.
dus jij hebt je zin.
Heb je zin in een dag vol cultuur en plezier?
Pap, heb je zin in de veiling van vanavond?
Maak je zin af, Tim.
Heb je zin in Sichuan?
Heb je zin in nog een spel, Sam?