Voorbeelden van het gebruik van Jij doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat ga jij doen, Midge?
Wat kun jij doen, Mr Holmes?
Wat ga jij doen, meneer Lang,
Wat kan jij doen dat Robert niet kon?
Wat ga jij doen met de lunch?
Wat zou jij doen, Victoria Chase?
Wat ga jij doen vanavond?
Wat ga jij doen na Afghanistan?
Wat ga jij doen op je vrijgezellenfeest?
Wat zou jij doen in mijn plaats? Waarom?
Wat ga jij doen voor je vrijgezellenfeest?
De vraag is wat kan jij doen met haar?
Wat ga jij doen met Valentijn?
Wat ga jij doen, Hobie?
Wat ga jij doen met kerst, mam?
Dat kan zijn. Wat ga jij doen met kerst,?
Wat ga jij doen?
Wat zou jij doen, Zelda?
Wat zou jij doen?
Wat ga jij doen?