Voorbeelden van het gebruik van Jij dom in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij en ik waren voor elkaar gemaakt, jij dom wijf.
Ben jij dom of zo? Zeg 's.
Ik zeg geen woord zonder mijn advocaat," jij dom wijf.
Jij dom meisje.
Jongen, wat ben jij dom.
God, jij dom, ondankbaar.
Trouwens, niemand draagt echt zijn kepie, jij dom groentje.
Jij dom, klein meisje!
God, jij dom, ondankbaar.
Jij dom dik everzwijn!
Als jij dom bent, ben ik een idioot.
Je komt bij de achterdeur, jij dom, nummer trekkend.
Kinderen zijn geen eigendom, jij dom.
Wat ben jij dom.
Je hebt jezelf net kapot gemaakt, jij dom wicht!
dat was jij dom gansje.
Ben jij dom?
Ben jij dom?
Ben jij dom?
Want ik dacht dat jij dom, heel dom was.