Voorbeelden van het gebruik van Jongetje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jongetje, wat is er?
Ik ben een vies jongetje.
Wie?-Dat jongetje.
Een penny voor een jongetje, meneer?
Wij doen niet aan jongens. Ze is een jongetje.
Jij bent een jongetje en ik ben volwassen.
Hij is gewoon een bang jongetje.
Jij bent niets, vleermuis jongetje.
Hoe weet jij dat het een jongetje is?
Sommige mannen gedragen zich altijd als een jongetje.
Pablo is gewoon een doodsbang jongetje.
Ik was een braaf jongetje.
Niet bang zijn, jongetje.
Geef het maar aan een jongetje.
Dit ben ik als jongetje.
Of een jongetje.
Ik wil gewoon mijn jongetje terug.
Geef het maar aan een jongetje.
Als een bang jongetje.
Waarom is ons jongetje dood?