Voorbeelden van het gebruik van Jongetje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het jongetje heet Jack, naar pap.
Mijn vreemde, lieve jongetje… zomaar verdwenen.
En ik was het jongetje.
Kom toch binnen, jongetje. Kom op.
Pos(481,1020)}Als jongetje wist ik al wat ik was,
Hackus is een echt jongetje.
Hoe heet jij, jongetje?
Dit jongetje is verdwaald,
Een jongetje was. Volgens mij wilde hij dat ik.
Dan wordt het jongetje Apu geboren.
Gray bezocht Eton… en ik was het jongetje.
heb je het fout, jongetje.
Maar eigenlijk was het maar een eenzaam jongetje.
Een verhaaltje? Het jongetje en de goudbron?
Dit is mijn stad, jongetje.
Dit jongetje was moe.
Een jongetje was. Volgens mij wilde hij dat ik.
Ja. Maar toen we hoorden dat we een jongetje kregen.
Heb je dat jongetje gezien met wie ik hier altijd kom?
Dat is geen jongetje.