Voorbeelden van het gebruik van Jongetje in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het jongetje en de moeder die in Vivians huisje woonden.
Mijn jongetje is een duivel in de keuken.
Positieve identificatie door het Amish jongetje.
Een jongetje dat zijn been mist, kijkt hoe zijn vrienden voetballen.
Verhongerend jongetje en een missionaris.
We hebben al een jongetje.
Jongetje, je bent niet de enige in de wereld die bijzonder is.
Zoals ieder jongetje in Israël.
En dat jongetje?
Hij is een klein jongetje.
Mevrouw en jongetje.
Een jongetje dat zijn ezel aan een vriend gaf.
Niks raakt je. Behalve het ontvoerde jongetje.
Dus het is een jongetje?
Een tijdje geleden verhuisde dit jongetje naar een saaie stad.
Het jongetje werd sinds zondagmiddag 16.00 uur vermist.
Jij, jongetje.
Dit is een bloedproef van een 10-jarig jongetje.
Goede morgen, jongetje.
Ik was gewoon zo trots op mijn jongetje.