Voorbeelden van het gebruik van Jou in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nick, Hailey is jou dochter.
En ik leef voor jou.
Ik wil 't strand zien met jou.
Jouw kleinzoon… De zoon van jou dochter.
Ik begon dit voor jou en Linda.
Hier is een cool feit voor jou.
Mijn leven voor jou liefde.
Oké, ik ben met jou en de majoor.
Het was niet hetzelfde zonder jou, Bea. Bea.
Ik ben klaar voor iets van jou.
Oké, ik ben met jou en de majoor.
Ik had het niet kunnen doen zonder jou.
Hij is mijn Nonkel, jou Nonkel.
Voor Pops… en Lilith… en jou.
Ze heeft haar nek uitgestoken voor jou.
Hmm… Ik haat jou gejank.
Alsjeblieft. En met jou, David.
Het is voor jou gemaakt.
Ik ben geïnteresseerd in jou Global Fund.
Alsjeblieft. En met jou, David.