Voorbeelden van het gebruik van Klungel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Klungel, je bent een held.
Klungel de Clown?
Grote, knuffelige, onandige klungel.
Dat weet elke klungel.
ouwe klungel.
Hè? Je zus is een klungel, stomme dronkenlap?
Kom op, grote klungel!
Klungel, jij kleine aap.
Geen enkele Smurf heeft meer pech dan Klungel!
Jij jankende snotterende… mismaakte klungel!
Precies. Als een klungel.
Ja. Opties voor een klungel als ik.
Jacinta, de zus van Evelyn, noemt me een klungel.
Geen zorgen, Klungel.
Kom op. Kom op, grote klungel.
Wij noemen hem Klungel.
Merlijn, de machtigste klungel.
Jij jankende… snotterende… mismaakte klungel!
Blijf in het dorp, Klungel.
Ik sta mezelf toe om de grootste klungel van de klas te zijn.