Voorbeelden van het gebruik van Knabbelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wie zegt nog'knabbelen'?
Misschien wat op de oren knabbelen.
Nee, ik wil gewoon knabbelen.
Zeg niet het woord knabbelen, in verwijzing naar onze zoon.
Die wil je niet knabbelen.
Zoals? Knabbelen op een prairiewolf?
Ik ga een stuk uit je knabbelen.
Lana, we kunnen niet meer knabbelen.
Knabbelen op een prairiewolf? Zoals?
Op de lippen. Misschien wat op de oren knabbelen.
Knabbelen is cool.
De vissen mogen aan m'n oren knabbelen terwijl ik wegdrijf.
Knabbelen aan 't oor, de billen kneden.
De Gnome kan niet aan je vingers knabbelen als hij ze niet zien kan.
Knabbelen aan privé eigendommen is tegen de wet.
Vanaf de leeftijd van zes maanden kunnen baby's knabbelen aan de suikervrije snacks.
Deer benaderen het raam, knabbelen gras.
Onvermoeibare knaagdieren die knabbelen.
Het wordt niet meer Aussie dan Fish& Chips knabbelen op een picnic tafel.
Er zijn maar een paar soorten die aan de tere koralen knabbelen.