Voorbeelden van het gebruik van Mafketel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wie is die halfgare mafketel?
Jij gooit m'n telefoon in het vuur en ik ben een mafketel?
Je verdoet je tijd aan die mafketel.
De mafketel ook?
Wat een mafketel.
Niet bij mij, mafketel.
Ik zal je eens wat vertellen, mafketel.
Deur dicht, mafketel.
Doei. Hé, mafketel.
Jij hebt nooit gezwommen, mafketel.
Je verdoet je tijd aan die mafketel.
Wil je die mafketel echt aanmoedigen?
Gekleed als een mafketel.
Hij is een mafketel.
Jij bent echt een mafketel.
Je verdoet je tijd aan die mafketel.
Zal ik je 's wat vertellen, mafketel.
je bent niet zo'n mafketel als hij.
Er was een mafketel.
Wie is die mafketel?