Voorbeelden van het gebruik van Miriam in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Miriam doodskist of The Whale visser.
Weet Miriam wat je familie overkomen is?
Miriam, dit zijn mijn ouders.
Vader Jacob vrouw Miriam en haar broer Bob.
Iets over Miriam Baker, geboren ergens tussen 1945 en 1955?
Miriam, doe dat geweer weg.
Miriam komt kijken met Agnese.
Miriam Schmidt Botanical Garden werd opgericht in 1998.
Er is ene Miriam Wade voor u, Dr Cunningham.
Fijn dat u Miriam zo heeft geholpen.
M'n collega's willen Miriam spreken, maar dat kunnen ze niet.
Fijn dat u Miriam zo heeft geholpen.
Ga naast Miriam zitten. Overeind.
Vader Jacob… vrouw Miriam… en haar broer Bob.
Hoi, Miriam. hoi, Miriam's gezin.
Waar is Miriam? Dit gaat om de kinderen?
Het moest Miriam zijn, nietwaar?
Miriam heeft nog iets leuks voor ons.
Miriam belde me, wil je dat ik ga?
Wie is het?- Miriam, ik ben het salvo.