Voorbeelden van het gebruik van Moet dapper zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je moet dapper zijn. Gewoon… in de tussentijd.
Je moet dapper zijn. De mensheid, Johnny.
Hé, lieverd, je moet dapper zijn.- Nee!
Je moet dapper zijn en voor jezelf opkomen, oké?
Ik moet dapper zijn. Zeker!
Je moet dapper zijn en voor jezelf opkomen, oké?
U moet dapper zijn… professor.
Je moet dapper zijn, oké?
Je moet dapper zijn. Deze buurt binnenkomen met die chique uitstraling.
Je moet dapper zijn. De mensheid, Johnny.
Je moet dapper zijn en tegen hem opkomen.
En je moet dapper zijn om je te laten horen.
Je moet dapper zijn, Lion-O.
Yeah, het is moeilijk Je moet dapper zijn.
Je bent een man en je moet dapper zijn.
Edward, je moet dapper zijn.
Ian, je moet dapper zijn.
Ik riep naar mijn broer:'Je moet dapper zijn en wachten,!
Nee inderdaad. Je moet dapper zijn.
Een van ons moet dapper zijn.