Voorbeelden van het gebruik van Morgen beginnen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
WO III kan morgen beginnen.
Laten we morgen beginnen.
Wereldoorlog III kan morgen beginnen.
Jij kan morgen beginnen.
Je mag morgen beginnen.
Dus je kan morgen beginnen.
Je mag morgen beginnen.
Je kan morgen beginnen.
De kansen van morgen beginnen met training vandaag.
We zullen morgen beginnen en we zien wel waar het ons brengt.
Morgen beginnen de werkonderbrekingen.
Morgen beginnen met de messen.
Morgen beginnen de onderhandelingen met de Baltische landen over Europa-overeenkomsten.
Ik kan morgen beginnen als assistente van Olivier.
Morgen beginnen.
Morgen beginnen de repetities.
Morgen beginnen de audities.
Wil je morgen beginnen?
Morgen beginnen dus? Goed.
Morgen beginnen de opnames?