Voorbeelden van het gebruik van Morgen beginnen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En morgen beginnen de voorverkiezingen.
Morgen beginnen we met een potje ochtendgymnastiek.
Morgen beginnen we met de 12 stappen.
Ja, morgen beginnen.
Morgen beginnen de commissievergaderingen en… ik moet naar huis om te kunnen slapen.
Morgen beginnen we met messen.
Je kan morgen beginnen.
Morgen beginnen we.
Morgen beginnen we opnieuw.
S Ik moet morgen beginnen.
Morgen beginnen we onze zoektocht.
Morgen beginnen we met een frisse kop.
Waar moet ik morgen beginnen?
Morgen beginnen de repetities voor het zomerstuk.
Wij allebei. Morgen beginnen we opnieuw.
Ik kan morgen beginnen.
Morgen beginnen de audities.
Morgen beginnen we opnieuw. Wij allebei.
Je mag morgen beginnen.
Morgen beginnen we met Guillaume en Camille.