Voorbeelden van het gebruik van Nablijven in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Rory, je moet drie weken nablijven.
Eén doos per nablijven.
Wat deed jij? Nablijven.
Dat was niet cool. Nablijven.
Super-nablijven. Nablijven.
Bij de derde keer moeten we nablijven.
Ik begin 't nablijven bij Miss Darbus te missen.
Dat geintje bij 't nablijven maakt ons nog geen band.
Het nablijven gaat nu in!
Een beetje vroeg voor nablijven.
Ik zie je om drie uur voor nablijven.
Je hebt een date met nablijven.
Ik zal zelfs het nablijven voor u doen.
Wat ik voor jou heb, is nablijven.
Maak je geen zorgen over het nablijven.
Gelukkig is er geen betere tijd voor zelfreflectie dan tijdens het nablijven.
Je straft geweldadigheid met nablijven.
Het voelt een beetje vreemd om jou naar huis te rijden van het nablijven.
Gelukkig is er geen betere plek om jezelf te analyseren dan bij het nablijven.
En dat betekent nablijven.