Voorbeelden van het gebruik van Niet hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Niet hem, maar z'n keu.
Ja, maar niet hem en niet vandaag.
Niet hem, niet hier, niet dit.
En ik niet zonder hem.
Niet hem, wel dat hij geen correct hospitaaluniform droeg.
Dat is omdat niet hem is, George.
Niet bij hem.
Oh, nee, niet hem, ik bedoelde, Burt.
Niet voor hem!
Niet hem, maar dat is goed genoeg.
Niet hem.
Niet hem.
Maar niet voor hem.
Niet hem.
Niet hem, dat was Melissa's vader.
Niet voor hem.
Niet dankzij hem. Je leeft nog.
Oh, nee, niet hem, ik bedoelde.
Niet hem! Nee, hen!
Niet voor hem.