Voorbeelden van het gebruik van Niet uitspreken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat kun jij niet uitspreken.
Ik kan'croissant' niet uitspreken.
Ik kan de letter B niet uitspreken.
Ik kan bewijzen dat James Mer… Ik kan z'n naam niet uitspreken.
Ik kan het niet uitspreken.
Het niet uitspreken zorgt niet dat het verdwijnt.
Wij kunnen ons echter niet uitspreken over de beschrijving van de.
Als we ons niet uitspreken, wordt dat ook opgemerkt.
Nog niet uitspreken.
Omwille van deze fundamentele reden kunnen wij ons niet uitspreken over de gemeenschappelijke resolutie.
We mogen ons niet uitspreken.
Harry… de rest kan ik niet uitspreken.
Maar het voorzitterschap kan zich niet uitspreken voor de Raad.
Dat kan ik niet uitspreken.
Men mag de echte naam niet uitspreken in een theater.
Dat woord kunnen Chinezen niet uitspreken.
Kan ik niet uitspreken.
Dat woord ga ik niet uitspreken.
Je moet de J niet uitspreken.
Wij mogen haar naam niet uitspreken.