Voorbeelden van het gebruik van Noemt hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Iedereen noemt hem Bomber. Karl Ashby.
Lederen noemt hem Mimo.
Je noemt hem steeds Jim.
De Western sheriff organisatie noemt hem zelfs één van hun top agenten.
Pardon? U noemt hem Gridlock. Gridlock.
Mijn schoonbroer noemt hem de grote witte walvis.
Dat van Nicea noemt Hem volledig goddelijk.
Je noemt hem steeds Mr Chavez.
Zijn moeder noemt hem John.
Maar je noemt hem Colin?
U noemt hem Gridlock. Gridlock.- Pardon?
Zijn vader noemt hem J.
Ze noemt hem rustig en onderdanig.
De rechter noemt hem 'n vluchtrisico.
Eén jongen noemt hem guano boy.
U noemt hem Gridlock. Gridlock.
Ze noemt hem Peppermint.
Henry. Iedereen noemt hem Bucket. Tip.
Miss Scarlett noemt hem 'n moor- denaar.
Je noemt hem steeds Jack.