Voorbeelden van het gebruik van Ontroostbaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het lijkt erop dat ze ontroostbaar was.
James was wekenlang ontroostbaar.
De jongen was ontroostbaar, ja.
Ik ben ook zo ontsteld, ontroostbaar ook.
hij is ontroostbaar.
Verónica is ontroostbaar.
We waren allebei ontroostbaar.
Dan was ik de hele dag ontroostbaar.
Ze was ontroostbaar.
Hij is ontroostbaar.
Ze moet ontroostbaar zijn.
Esther, je moeder was ontroostbaar.
Hij wordt ontroostbaar.
Abigail was ontroostbaar.
Hij was depressief en bijna ontroostbaar.
Hij was ontroostbaar.
Die arme Suus was echt ontroostbaar.
Je kindje lijkt ontroostbaar, en wil het liefst dichtbij je zijn.
Ik was dagenlang ontroostbaar toen ik erachter kwam.
We waren ontroostbaar en wisten onszelf geen raad.