Voorbeelden van het gebruik van Onzekerheid in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Als je ouder wordt, zijn de monsters anders… onzekerheid… eenzaamheid… spijt.
twijfel en onzekerheid.
Wel een decadente onzekerheid, Christian.
Nee, ik haat onzekerheid.
Hun onzekerheid en jaloezie zijn hun probleem, niet het jouwe.
Dit heeft tot de onzekerheid op de deviezenmarkten bijgedragen.
Ga je ons in onzekerheid houden? Nou nou?
Een dienaar loopt niet vast in onzekerheid of overmatige zelfreflectie;
Europa wordt nog steeds geteisterd door armoede en onzekerheid.
En daarom bevinden we ons nu in een staat van onzekerheid.
Er lijkt geen einde te zijn aan de onzekerheid van papa.
Het kan ook stress of onzekerheid betekenen.
Dillan heeft zijn aanvankelijke onzekerheid overwonnen en ondertussen behoorlijk wat zelfvertrouwen opgebouwd.
Onzekerheid in de internationale handel.
Nou… houd me dan niet in onzekerheid.
We zitten gevangen in een staat van onzekerheid.
het was gewoon onzekerheid.
Zijn liefde is sterker dan onzekerheid.
Een geweldige energie. Maar energie leidt ook tot onzekerheid.
Mijn eigen onzekerheid zat me in de weg.