Voorbeelden van het gebruik van Pannenkoeken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Goedemorgen, lieverd. Ik maak pannenkoeken voor je.
Maar Brynn was… Dit zijn geen pannenkoeken.
Dit is 't interdimensionale gat van pannenkoeken.
Ik noem dit mijn ananas-papaya- pannenkoeken surprise.
Laten we onze pannenkoeken eten.
Maar Brynn was… Dit zijn geen pannenkoeken.
Rijst en pannenkoeken.
We hebben weer een heerlijk pannenkoeken recept voor jullie.
Geef me twee pannenkoeken.
Jij nam, tien omeletten pannenkoeken en wafels.
Dat was voordat ik je pannenkoeken had geproefd.
Wat is je favoriete pannenkoeken smaak?
Nu maak ik quiche en pannenkoeken.
Jij nam, omeletten pannenkoeken en wafels.
We aten vandaag pannenkoeken.
Mensen vroegen naar je bij het pannenkoeken ontbijt.
O, jee. Mijn pannenkoeken branden aan.
Je kan dat niet elke dag eten.- Pannenkoeken!
Nee, opa.- Ik heb pannenkoeken gemaakt.
Gevolgd door een pannenkoeken ontbijt.