Voorbeelden van het gebruik van Poen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Geen poen en geen school.
Poen. De middelen.
Ik heb sowieso de poen niet.
Lk kwam om m'n poen.
Maar ze heeft geen poen.
Hij heeft de meeste poen van ons allen.
Hij pakt z'n poen bij King Snake
Ik heb wat poen nodig, Chad.
Heb je al je poen verbrast aan zo'n treurbuis?
Geef ons de poen, dan gaan we.
Poen. De middelen.
Met de poen.
De helikopter voor de poen.
We hadden poen.
Hij heeft onze poen.
Poen. De middelen.
Schilder Poen de Wijs heeft mij
Crazy Yardie. Hij vermoordde z'n maten en verdween met de poen.
Lance heeft hier ergens wat poen verstopt.
Dat is een heleboel poen.