Voorbeelden van het gebruik van Poen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dawkins wordt hels als ik niet z'n dierbare poen bewaak.
Vraag waar mijn poen verstopt is.
En je vertrekt met de poen.
En die poen?
Je hebt 30 seconden. Waar is mijn poen?
En dan loopt ze weg met al je poen.
Het gaat om de poen.
Heb je de poen?
Heb je de poen?
Waar is m'n poen?
Hebt u de poen?
Waar is de poen?
Waar is mijn poen?
En de rest van m'n poen?
Ik wil eerst mijn poen.
Waar is de poen?
Je zei' cheque' in plaats van' poen.
Weiger hun poen!
Een hoop poen voor een uurtje werken.
Naar huis gaan en poen stelen bij mijn moeder.