Voorbeelden van het gebruik van Rijdt in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze rijdt goed.
Sebastian rijdt daar gewoonlijk in de ochtend.
Jij rijdt in haar auto.
Er rijdt een vent op z'n fiets door het Casino.
Je rijdt met Uta.
Dembe rijdt altijd.
De metro rijdt om de paar minuten.
Hij rijdt in 'n blauwe Honda.
Rijdt rond met een eigen servicewagen.
Je auto rijdt op benzine.
Hij rijdt op de regenbogen!
Ja. U rijdt 300 mijl met een steekwond.
Rijdt Hale daar tegenwoordig op?
Jij rijdt met haar.
Verdachte is gewapend en rijdt in een witte sedan.
De metro rijdt op gelijkstroom.
Nee, maar soms rijdt hij met een lijkwagen.
Je rijdt mij nergens naartoe.
Niemand rijdt in mijn baby behalve ik.
Hij rijdt over auto's.