Voorbeelden van het gebruik van Rijdt in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De nieuwe auto rijdt goed.
Ze is heel oud en rijdt in een rolstoel.
Lemand heeft een auto uitgevonden die op water rijdt.
Jij rijdt nog steeds langzamer dan een oudje op weg naar de kerk.
Rijdt ge namiddag?
Je stapt in, rijdt, komt er weer uit
eet m'n eten rijdt in m'n auto's.
Originele shift rpg spel waar je rijdt een stok man.
Het lichaam is uw dier- het paard waarop gij rijdt.
Ik wil weten waarom u 's nachts alleen buiten rijdt.
Zo rijdt u steeds ontspannen, zelfs tijdens de langste ritten.
Ik ga lopen, jij rijdt en ik zie je later.
Een man die je rijdt, een man om je te inspireren.
Rijdt in 'n rode Datsun 280Z uit 1975, nummerplaat 879 GMH uit Michigan.
Wie rijdt er in de limousine?
Hoe sneller je rijdt, hoe meer kans je hebt.
Daum u rijdt hier goed ook.”.
Groot, waarom rijdt Dan eigenlijk in de huifkar van Quo?
Mijn man rijdt uw vrouw naar huis.
Dat jij rijdt in die auto.