Voorbeelden van het gebruik van Rijdt in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij rijdt op Uhtred's paard.
Bob rijdt naar het werk in een rode auto.
U rijdt Bourdon voorbij en dan komt in Hotton aan.
Wie rijdt?
December- Een vrachtwagen rijdt in op een kerstmarkt in Berlijn.
Een machine rijdt over en weer terwijl de selder wordt afgesneden.
Hij rijdt naar Hollow en terug.
Nee, met Laroche die rijdt.
Charlie rijdt me er morgen heen.
Hij rijdt haar dood en smeert 'm.
dikke Toni rijdt.
Het doelwit rijdt nu naar het westen. Zoek een bocht naar rechts.
Maar Darren rijdt.
Je kruipt in die auto en rijdt.
Ze rijdt richting het noorden naar Spadina.
Michael Knight, rijdt in een Trans Am.
Het schip van de hand-arbeidde visserschip rijdt het kanaal.
Je rijdt niet te snel met dit soort lading.
Tej, je rijdt in een Ferrari en je bulkt van het geld!
Je rijdt toch niet zonder papieren, hé?