Voorbeelden van het gebruik van Sabbat in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Vandaag is het sabbat.
Het is sabbat.
Is er niets over van de sabbat?
Lippe, het is bijna sabbat.
Goede sabbat.-Goede sabbat.
Het is sabbat.
God, ik verlang naar de behaaglijkheid van de sabbat.
De meeste geleerden vinden het een schending van de sabbat.
Goede Sabbat.- Goede Sabbat.
Je moet je klaarmaken voor de sabbat.
Over twee weken is het sabbat op zijn yeshiva.
Ik ben eenzaam tijdens de sabbat, het helpt me.
Ik kom deze sabbat naar huis.
Ik heb iets moois nodig voor de sabbat.
Het is de Sabbat.
Voor de sabbat.
Je komt vanavond toch wel voor de Sabbat?
Het is schnitzel die Kive maakte voor de sabbat.
Juist.- Het is de sabbat.
Is alles goed? Fijne sabbat.