Voorbeelden van het gebruik van Schijnsel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De bolhopen zouden dichtbevolkt blijven… maar hun schijnsel zou slechts subtiel zijn.
Wat ik zie, is slechts een schijnsel van wat mogelijk kan gebeuren.
Ziet het schijnsel'.
Toen ik je kuste, gaf je dat schijnsel af.
sterren zullen hun schijnsel verliezen.
Daar ging de hazeloop naar binnen en zagen we 'n schijnsel.
Een jongen. Zijn Schijnsel is puur.
Dat was maar een schijnsel.
Het ziet ons schijnsel.
Toen ik je kuste, gaf je dat schijnsel af.
Ja, een schijnsel.
Ik zie geen schijnsel.
Meneer?- Dat is de jongen. Schijnsel.
Omschreef ik 't niet als een schijnsel?
Ik zie niet eens een schijnsel.
Goed zo. Je Schijnsel is jouw wapen.
Nee, geen schijnsel.
Met een brandend kaarsje erin geven de lantaarntjes een zacht mysterieus blauw schijnsel.
Daar ging de hazeloop naar binnen en zagen we 'n schijnsel.
Het heeft Watermeesters al generatieslang gezegend met haar schijnsel.