Voorbeelden van het gebruik van Schot in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En dat is het schot dat de eerste helft beëindigd.
Schot is vastgelopen. Nee!
Een Schot in Frankrijk.
Die geniale Schot doet 't weer.
Je hoort het schot niet.
Maar ze kunnen 's nachts een schot horen.
Johan Schot ontvangt eredoctoraat in Lissabon.
Het regelbare schot van de luchtopname voor temperatuurcontrole 3.
Een schot, recht door het hart.
Toen het schot afging, was er chaos.
Schot is vastgelopen. Nee.
Charles was katholiek en een Schot.
O ja. Goed schot, Lexx.
Wat een schitterende overwinning voor deze jonge Schot.
En toen hoorden we het schot.
Hij werd door Schot uit de bouwput gehesen.
Het is een Schot, snap je.
Pakket bevat Een schot, ijzer gesp 1.
Een schot, en je krijgt 5 miljoen.
Toen ik het schot hoorde, dacht ik dat hij op mij schoot.