Voorbeelden van het gebruik van Tehuis in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het tehuis was bang voor een rechtszaak,
Dit tehuis en ik zijn voor elkaar geknipt.
Hun oudste zoon Kevin zat in een tehuis.
Ze is niet in het tehuis.
Roland is opgegroeid in een tehuis.
Veelal wordt er een goed tehuis voor de dieren gezocht in het buitenland.
Ze hebben een tehuis voor kinderen met aids.
Dat tehuis zit vol sinds u heeft geoordeeld dat arm zijn een geestesziekte is.
Het was een tehuis voor vrouwen die nergens anders terecht konden.
Anjoma is vanuit die Magdalena Tehuis in Mowbray aangeneem.
Ze gingen naar een tehuis.
Ze laten niemand toe in het tehuis.
Ik wil niet naar een tehuis.
Dit is een tehuis voor heilige vrouwen.
En er zeker van zal zijn dat ze een goed tehuis krijgen.
Aan de studie namen 27 bewoners van een tehuis voor langdurige verpleging deel.
U weet hoe het is om in zo'n tehuis op te groeien.
Dat ze besloten hadden de kinderen van Jaatinen naar het tehuis te brengen.
Op woensdag ga ik naar het tehuis voor vrouwen.
Anderen stoppen hun familie in zo'n tehuis.