Voorbeelden van het gebruik van Toch doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We gaan dit toch doen?
Dat moet je toch doen?
En dat moesten ze toch doen?
Dat zou je toch doen.
Dat moest ik toch doen?
Dat kan hij toch doen.
Dat wil je toch doen?
Okee, misschien kunnen we dit toch doen, maar dan moet je met ons meewerken.
Wat is het verschil? Ik moet het toch doen, laten we erover beginnen?
Familietradities waar we over zeuren, maar toch doen. En een hond en… Wat?
En een hond en… familie tradities waar we over zeuren, maar toch doen.
Toch doen want baden komt de kwaliteit van de veren ten goede
Als je diegene daarmee erg zou kwetsen… zou je het dan toch doen? maar… Als jij iemand iets heel belangrijks moest vertellen?
Als niets echt is, moeten we toch doen alsof het dat wel is.
moet hij toch doen wat onvermijdelijk is
een concept van de toekomst waarin we toch doen, zonder dat de beëindigde model van de"woningen" willen
Maar toch doe ik mijn best met de voordelen die ik heb.
Je bent echt bang, en toch doe je dit voor mij?
Toch doe ik het.
En toch deed ik het.