Voorbeelden van het gebruik van Toch nog in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hae-rin. Professor Kang heeft toch nog geen exemplaar?
Toch nog zo veel?
Dit is toch nog mijn kantoor?
We zullen toch nog een dame van je maken.
Het is toch nog 18 september 2014?
Nee, toch nog niet.
Misschien kunnen we ze toch nog helpen.
Het is toch nog niet--.
Jij kunt haar toch nog vragen.
Misschien hebben we toch nog een wedstrijd.
Maar dit kan ik toch nog doen.
Het feest is toch nog niet afgelopen?
Ik kan bezig zijn en toch nog komen.
Nee, ik heb toch nog niet uitgepakt.
Jack, we zijn toch nog vrienden,?
Of je hebt misschien toch nog een toekomst.
Ja. We kunnen elkaar toch nog helpen?
Misschien kunnen we dit toch nog overleven.
Die wilde met alle geweld toch nog dat eindlied zingen.
Steven, je slaapt toch nog niet?