Voorbeelden van het gebruik van Toch nog in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Maar ik ben toch nog niet echt dood?
Nu ga je toch nog dood, en hij ook.
We zijn toch nog in Schotland?
Ik moet toch nog wat dingen afmaken. Ga maar.
Ik leef toch nog?
Maar… ik moet toch nog wel weten waarom je naar het station ging.
Dus heeft hij toch nog een plan voor me.
Het eten is toch nog niet klaar.
Het lam had toch nog het bloed van een landheer in zich.
Misschien wacht hij toch nog op ons, omdat hij denkt… dat we terugkomen.
Maar ik hou toch nog van je.
Je leeft toch nog?
We zijn toch nog een gezin?
Edelachtbare, mag ik toch nog een laatste vraag stellen?
Dit moet toch nog even sudderen.
En jij moet toch nog je verlanglijstje afmaken.
Misschien is er toch nog hoop voor ons.
Mr Lodge, u hebt ze toch nog niet verteld dat u akkoord gaat?
Had hij toch nog iets om te verkopen?
Hij leeft toch nog?