Voorbeelden van het gebruik van Vreezen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Ecclesiastic
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En de straf van hunnen Heer vreezen.
Zullen zij mij niet vreezen?
Zullen zij mij niet vreezen?
Want God is met hen die hem vreezen en oprecht zijn.
En gij zijt slechts een waarschuwer, voor hen die het vreezen.
En gij zijt slechts een waarschuwer, voor hen die het vreezen.
En gij zijt slechts een waarschuwer, voor hen die het vreezen.
En gij zijt slechts een waarschuwer, voor hen die het vreezen.
En gij zijt slechts een waarschuwer, voor hen die het vreezen.
Zij vreezen hunnen Heer, die boven hen is verheven, en doen wat hun bevolen is.
zij behooren niet tot u; doch zij vreezen.
De bewakers daarvan zijn alleen, die God vreezen; maar het grootste deel hunner weet het niet.
Waarlijk, zij die hunnen Heer in het geheim vreezen, zullen vergiffenis
Zij die God en zijn gezant zullen gehoorzamen en God vreezen, en ootmoedig nopens hem zullen zijn, zullen eene groote gelukzaligheid genieten.
Maar de woning van het volgende leven zal zekerlijk beter zijn voor hen die God vreezen.
Zij die God en zijn gezant zullen gehoorzamen en God vreezen, en ootmoedig nopens hem zullen zijn, zullen eene groote gelukzaligheid genieten.
Waarlijk, zij die hunnen Heer in het geheim vreezen, zullen vergiffenis
Dit zal gemakkelijker zijn, dat de menschen eene getuigenis afleggen overeenkomstig hare ware bedoeling, of zij zullen vreezen, dat een andere eed na hunnen eed mocht worden afgelegd.
Deze vervullen hunne gelofte en vreezen den dag, waarvan rampen zich zeer ver uitstrekken.
Zij die God en zijn gezant zullen gehoorzamen en God vreezen, en ootmoedig nopens hem zullen zijn, zullen eene groote gelukzaligheid genieten.