Voorbeelden van het gebruik van Weeskind in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik voel me net een weeskind.
Hij is een weeskind.
Sandro was een weeskind.
Diane sponsort een weeskind in Cambodja.
Maar hij is maar een weeskind.
Wacht, geef me mijn weeskind terug.
Ze steelt een weeskind.
Hij is geen weeskind.
Ze maakte je een weeskind.
Van weeskind, naar autodief naar bajesklant.
Maar ze is nog steeds weeskind toch?
En bedankt, weeskind.
Dubbel weeskind.
De hele groep is weeskind.
Niemand wil een weeskind zien sterven van de honger of doodvriezen.
Zorg alsjeblieft voor dit weeskind, en hou ervan.
Een weeskind heeft er recht op te weten wie z'n ouders zijn.
Alstublieft, een weeskind in de kampen.
Jean-François bleef achter als weeskind op een leeftijd van negen.
Het opgejaagde weeskind, 1973 3.