Voorbeelden van het gebruik van Weet dingen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij weet dingen, Eph.
Het weet dingen die jij nog niet weet. .
Hij weet dingen die wij niet weten. .
Ik weet dingen, Lorenzo.
Je weet dingen over me.
Ze weet dingen die ik jou heb verteld.
Nee, hij weet dingen.
Ik weet dingen van je, Siri.
En ik weet dingen.
Hij weet dingen die hij niet kan weten. .
Mijn man weet dingen.
Ik weet dingen over jou.
Ja,… ik weet dingen.
Ze weet dingen over jou die ik niet weet. .
Ze is ouder en weet dingen.
Jij weet dingen over me die niemand anders weet. .
Zien? Ja. Ik weet dingen.
Hij weet dingen over de blanken die wij niet weten. .
Jij weet dingen over mij die niemand anders weet. .
Zien? Ja. Ik weet dingen.