Voorbeelden van het gebruik van Wil er in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik wil er gewoon uit.
Dus… Wie wil er cake?
Ik wil er graag over horen.
Ik wil er voor haar zijn.
Ik wil er gewoon meer.
Wie wil er naar huis met deze vriendelijke vrouwen?
Ik wil er eentje van die.
Goed, wie wil er servet zwanen vouwen?
Ik wil er één.
Ik wil er gewoon even langs.
Wie wil er een potje kickpunching?
Ik wil er graag met u over praten
Ik wil er voor jullie zijn.
Ik wil er in vliegen!
Wie wil er een ritje maken?
Ze wil er anders uit dan alle anderen! Koken.
Ik wil er 2.
Wie wil er in de ploeg?
Ik wil er twee.
Ik wil er langs.