Voorbeelden van het gebruik van Ze bellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
kan ik ze bellen.
Ik ga ze bellen.
Je kunt ze bellen.
We kunnen ze bellen.
Misschien moet iemand ze bellen.
Mrs Shaw, blijf ze bellen.
Misschien kun je ze bellen.
Mrs Shaw, blijf ze bellen.
We kunnen ze bellen.
Ik moet ze bellen.
En daarna kun je ze bellen.
Dan zal ik ze bellen.
Ik moet ze bellen.
Dus ga ik ze bellen.
Ongelooflijk.- Je mag ze bellen als je wil.
Gaan we ze bellen?
Laat me ze bellen en.
Laat me ze bellen met onze top tien pastelaria!
Laat me ze bellen.
Ja, laten we ze bellen.