Voorbeelden van het gebruik van Ze bellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze bellen elk moment.
Ze zullen bellen om over vrijlating te onderhandelen.
Ze bellen ons als er verandering is.
We weten niet wanneer ze bellen.
Sea Island, Georgia, ze bellen over 20 minuten.
Ze bellen nooit.
Wie kan ze bellen in Salt Lake City?
Ik wacht hier tot ze bellen voor een lever.
En als ze bellen ren ik naar Medusa.
Ze bellen me zelfs thuis.
Ze bellen je: heb je daar al aan gedacht?
Ze bellen me en ze willen allemaal met me afspreken.
Hoe wordt ze je bellen?
Nee. Als we ze bellen, doodt hij haar.
Ze bellen de politie.
En ze bellen de politie niet.
Laat ze me bellen.
Ze bellen, Eric.
Moet ik ze bellen?
Ze bellen, sturen e-mails.