Voorbeelden van het gebruik van Zeg ja in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zeg ja, het is kerst.
Zeg ja Charles.
En zeg ja.
Alsjeblieft Angela, zeg ja.
Nee. Sofia, zeg ja.
Eén glimlach en ik zeg ja.
Jij zegt nee, ik zeg ja.
Boundless Design Zeg ja tegen een kijkbeleving waar je totaal in opgaat.
Twee verzoeken. Zeg ja op allebei of ik schiet je door je kop.
Let maar op. Zeg ja, dan regel ik de rest.
Ik moet gaan. Zeg ja!
Ik heb nog meer goed nieuws. Zeg ja.
Kom op. Zeg ja.
Geef me je woord. Zeg ja.
Geef me je woord. Zeg ja.
Ik moet erover nadenken.-Zeg ja.
Ik moet erover nadenken.-Zeg ja.
Maak deze oude man gelukkig. Zeg ja.
Hij heeft geen keuze. Nou… Zeg ja.
Kom op, eikel. Zeg ja.