Voorbeelden van het gebruik van Zeg ja in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zeg ja tegen wat ze willen.
Ik zeg ja!
Vraag 't me op maandag, ik zeg ja.
steek uw hand omhoog en zeg ja.
Ik weet niet of 't scheelt, maar ik zeg ja.
Zeg ja als je kunt.
Zeg ja of nee.
Zeg ja, en ik haal je terug naar Em City.
Ik zeg ja, drie keerja!
Voor deze ene keer, mama. Zeg ja.
Als ik zeg ja, zijn we dan meer gehecht
Zeg ja als hij er is,
Zeg ja als je wilt, maar je gaat morgen met mij paardrijden
Ik zeg ja voor de broek, ja voor de trui
Zeg ja tegen visreservaten en verhandelbare visrechten zowel voor de kust
We hebben een barbeque in de tuin met familie en vrienden… zeg ja, Charlie.
Zeg ja, want de meisjes praten niet met je
Ontwaakt van de moede slaap van jullie ziel en zeg ja tegen God met al uw kracht.
Zeg ja, zeg dat jullie dat zullen doen mijn dochters,