Voorbeelden van het gebruik van Aapje in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Mevrouw, aapje voor het neefje?
Aapje, aapje. Je bent de beste kameraad.
Over wat dit Aapje hen had aangedaan.
Victor het aapje wil terug naar zijn geboorteland.
Wie heeft dat aapje in zee gegooid?
Eerst dat aapje, nu mijn hoed.
Dans, aapje, dans.
Ik weet het aapje, ik mis je ook.
Ik maak dat aapje af, dat zweer ik!
We wilden het aapje zien dansen, voor de laatste keer.
Ik had ooit zo'n aapje als huisdier in Venezuela.
Afrikaanse aapje dat allemaal eng spul in mijn… oren deed.
Geef je dat aapje een kus?
En ik hou ook van jou, aapje.
Dat is mijn aapje Patty!
Die piñata ziet eruit als een aapje.
Gestoord aapje.
Het spijt me dat het tussen jullie niet goed verlopen is. Aapje.
Kom, aapje.
Ik ben geen afgericht aapje.