AARZELDE - vertaling in Frans

hésita
aarzelen
aarzel dan
twijfel
gerust
te twijfelen
teeter
terugdeinzen
het aarzeling
aarzel zeker
hésitait
aarzelen
aarzel dan
twijfel
gerust
te twijfelen
teeter
terugdeinzen
het aarzeling
aarzel zeker
hésitais
aarzelen
aarzel dan
twijfel
gerust
te twijfelen
teeter
terugdeinzen
het aarzeling
aarzel zeker
hésite
aarzelen
aarzel dan
twijfel
gerust
te twijfelen
teeter
terugdeinzen
het aarzeling
aarzel zeker
réticent
terughoudend
aarzelde
onwillig
weerspannige

Voorbeelden van het gebruik van Aarzelde in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Ik aarzelde een beetje.
J'ai hésité un peu.
Jij aarzelde toen je hem zag.
Tu as hésité quand tu l'as vu.
Je aarzelde, Edmund.
Vous avez hésité, Edmond.
Je aarzelde even, voor de sprong.
Vous avez hésité â-haut avant de sauter.
Je aarzelde even.
Vous avez hésité.
Wat als ik aarzelde vanwege de verkeerde reden?
Et alors si j'avais hésité à dégainer pour une mauvaise raison?
Je aarzelde voordat je het veiligheidssignaal gaf.
Tu as hésité avant de donner le signal de sécurité.
Hij aarzelde geen moment.
Il ne doute pas un instant.
Hij aarzelde om aan te vallen tot rond 17.00u.
Il se plaignit d'avoir été gêné par du tapage vers 2 heures 55.
Ze aarzelde de fundamenten van de bergen.
Ils oscillaient les fondements des montagnes.
Aarzelde mijn benen bij het lopen;
Vacillé mes jambes lors de la marche;
Als we aarzelde, zei hij, waren we allemaal recht.
Lorsque nous avons hésité, dit-il, nous étions tous le droit.
De rector aarzelde toen ik 'n naam noemde.
Il a hésité quand jai lancé un nom.
Aarzelde zij, of zei jij dat gewoon zo?
Elle a hésité comme ça, ou c'est juste toi qui le fait maintenant?
Je aarzelde. Dat gebeurt soms.
T'as hésité, ça arrive.
Je aarzelde, dat zag ik.
Vous avez hésité. Je l'ai vu.
Jij bent degene die aarzelde, zoals je doet met alles.
Tu es celui qui a hésité, comme tu le fais pour tout.
Ik aarzelde met vuren.
J'ai attendu pour tirer.
Iemand aarzelde bij het doden van de hond?
Quelqu'un a hésité avant de tuer le chien?
Omdat Ricardo aarzelde met die conciërge.
Parce que Ricardo a hésité avec la concierge.
Uitslagen: 178, Tijd: 0.0543

Top woordenboek queries

Nederlands - Frans