Voorbeelden van het gebruik van Belogen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze heeft je belogen.
Je hebt ons belogen!
Ze heeft ons belogen.
Je hebt me belogen.
Dus je hebt hun belogen.
Ze hebben ons belogen.
Wie heeft je belogen?
Kyle heeft ons beide belogen.
Ik heb hem belogen.
Ik heb je nooit belogen.
Je hebt me gewoon belogen.
Wie heeft je belogen?
Je hebt me belogen, Isabelle.
Je hebt me nog nooit belogen.
Die eekhoorns hebben me belogen.
Hij heeft me niet belogen.
Waarom heb je mij weer belogen?
Ze weten dat je ze hebt belogen.
Ze hebben je belogen.
Ik heb het Amerikaanse volk belogen.