Voorbeelden van het gebruik van Buurman in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze hebben de buurman z'n lijk niet.
Je buurman is gelijk aan jezelf.-
Nee, mijn buurman is de zoon van Piet.
Zij wilde niets van die buurman weten: hij was een mol.
Je buurman die op drukke momenten even bijspringt.
Nico krijgt geneukt door zijn buurman in ondanks van hem!
De Buurman zal een snelkoppeling te vinden
Ik ontmoette je buurman, de hete ene.
Hou je buurman in de gaten.
Een vuilnisman, postbode, buurman, wie dan ook?
De post van de buurman zit er weer tussen!
Ik ben je buurman en een leugenaar.
Voor een buurman of een vriend van je ouders?
Het is Jack's buurman, hij heeft hulp nodig.
Mam heeft de buurman gevraagd op me te passen zodat zij hem kan zoeken.
Marvin, de buurman. De voorkant van je huis staat in brand!
Dat is een zorgzame en oplettende buurman.
ik ben je buurman.
Je bent zelf nog een ergere zoon, dan buurman.
Deel je servet met je buurman.